Blog Jacques Nieuwlaat

Rust is het toverwoord

Published on 01 July 2012
De eerste helft van het dartsjaar zit er bijna op. Nog een Euro Tour in Düsseldorf en de World Matchplay in Blackpool en dan mogen de spelers op vakantie. Het is voor iedere werkende hetzelfde denk ik. Je werkt bijna een heel jaar en dan kijk je uit naar die paar weken vakantie die er aan staan te komen. Ik heb het zelf ook, hoe dichter de vakantie komt hoe meer je jezelf wijs maakt dat je snoeihard aan vakantie toe bent. In gedachte lig je al op het strand, zit je aan de bar of drink je een bakkie op je favoriete camping. Het is met darters niet anders.
201207 01
201207 02
201207 03

Wanneer je je pijlen gooit onder de vlag van de PDC en je doet dat dan ook nog eens op het hoogste niveau dan is dat gewoon echt werk. Leuk werk, dat wel, maar het blijft werk. Na het WK dat meestal op 1 of 2 januari klaar is heb je een paar weekjes vrij, maar dan begint het half januari al met de eerste Players Championships, de World Cup of darts en begin februari de Premier League. Omdat de schoorsteen nu eenmaal moet roken worden er tussendoor nog wat demonstraties gespeeld, tegenwoordig bijna allemaal overzee in het Verenigd Koninkrijk. Voordat je er erg in hebt kondigt de UK Open zich al weer aan en is het in juli tijd voor de World Matchplay. De meeste toppers hebben er inmiddels al ruim 50 vluchten opzitten en dat kost je toch de nodige energie en dan maakt het helemaal niet uit of je reizen leuk vindt of niet. Op de dagen dat je niet reist of speelt moet er ook nog worden getraind, op het bord en in de sportschool, kortom het is best druk.

Een jaar of 10 geleden was de kalender gevuld met 4 of 5 grote TV toernooien en een twintigtal vloertoernooien, tegenwoordig zijn die aantallen verdubbelt en je merkt dat deze aantallen hun tol beginnen te eisen bij de spelers. Steeds vaker komen er blessures bovendrijven, met name de rug en de schouder worden steeds populairder. En zo raar is dat natuurlijk ook niet, want als je gemiddeld een uur of 4 per dag aan het gooien bent en dat 7 dagen per week, 52 weken per jaar doet dan wordt het gevaar steeds groter op overbelasting. Roland Scholten, Gary Anderson, Vincent van der Voort, Paul Nicholson en nog vele anderen hebben er last van. Maar er schuilt een nog veel groter gevaar in de vele toernooien die tegenwoordig gespeeld worden. Wat je namelijk heel erg merkt is dat er verzadiging optreedt bij de spelers. Ieder toernooi wordt steeds meer ervaren als exact hetzelfde als het toernooi dat vorig week/maand gespeeld is. Zeker in de beleving van de spelers treed er een sleur op. Voornamelijk de spelers die al een paar jaar meelopen in deze heksenketel komen er mee in aanraking. Wat eens begonnen is als een droom; je maakt van je hobby je beroep, blijkt toch al snel gewoon werken te worden. En dan blijkt het ook niet uit te maken of je iedere dag als stratenmaker de mooiste stoepen neerlegt, als boekhouder een foutloze administratie aflevert of als darter op de mooiste podia je pijltjes mag gooien. Voor de gemiddelde dartsvolger of TV kijker lijkt het misschien onbegrijpelijk, maar als je wat dichter op het vuur zit dan krijg je er wel begrip voor. Een toernooi in Berlijn klinkt misschien geweldig, maar de meeste spelers zien niet meer dan het vliegveld, een taxi, hun hotel, de speelgelegenheid en de 500 m2 die tussen het hotel en de speelgelegenheid liggen. Begrijp me goed, ik heb echt geen medelijden met de heren topdarters, maar wel begrip voor de verzadiging.

Kijk er ook maar eens de meest recente geschiedenis op na, de spelers die de overstap maken naar de PDC beginnen allemaal vol ambitie en vol vuur, vervolgens treed de verzadiging op en als de spelers echt iets willen met hun loopbaan als darter komen ze daarna weer is de fase van ambitie. De meeste toppers zijn nu een jaar of 5 à 6 geleden overgestapt en zijn belandt in fase 2 of 3. Mervyn King, Raymond van Barneveld, Vincent van der Voort, Michael van Gerwen, Gary Anderson, Mark Webster, Simon Whitlock en Robert Thornton kunnen allemaal meepraten over bovenstaande. En in die gedachte is het dus ook niet zo raar dat de beste presterende spelers van dit moment de nieuwelingen zijn. Dave Chisnall, Justin Pipe en Kim Huybrechts presteren heel sterk, maar voor hen is het ook allemaal nog ‘nieuw’. Dat ze het dan toch nog veelal afleggen tegen Phil Taylor heeft te maken met het feit dat de onbetwiste nummer 1 van de wereld zijn jaar anders indeelt dan de andere toppers.

Het toverwoord is rust. Taylor speelt lang niet zoveel meer als een paar jaar geleden. Nog zelden zie je hem op één van de vloertoernooien, maar hij er is dan wint hij meestal. Taylor plant zijn dartsjaar minutieus, hij stelt een aantal doelen in een jaar en werkt daar met grote precisie naartoe. Regelmatig pakt hij een weekje rust, bij voorkeur op Tenerife waar hij een tweede huisje heeft. Even de accu’s opladen en dan weer aan het werk richting het volgende doel. Het werkt voor The Power, maar hij heeft dan ook wel de luxe dat hij dit kan doen. Taylor heeft meer talent dan wie dan ook, hij hoeft zich geen zorgen te maken om zijn plek op de wereldranglijst en hij kan het zich ook financieel veroorloven om er af en toe op uit te trekken. Daarbij hoeft hij zich geen zorgen te maken dat hij nog moet bijverdienen in het demonstratiecircuit. Bijna alle andere spelers hebben die luxe niet. Iedereen maakt zich druk om zijn plek op de wereldranglijst want je wil er wel bij zijn op het volgende TV toernooi. En dat is misschien wel het grootste verschil tussen Taylor en de rest. De rest is bezig met ‘erbij zijn’ Taylor is bezig met winnen!

Ik denk dat de kalender in de aankomende jaren alleen maar voller komt te zitten en dat je als speler dan simpelweg niet meer alles kunt spelen. Je zal moeten plannen en je zal ook zeker je rust moeten nemen, de spelers die dat het slimste doen zullen blessures weten te voorkomen en zullen ieder toernooi dat ze spelen ook gretig zijn om te winnen.

Jacques Nieuwlaat

Comments